Iemand zakt in elkaar op de dijk, in de kantine of tijdens een verjaardag. De meeste mensen willen dan helpen, maar blijven toch staan. Dat komt zelden door onwil en bijna altijd door een paar hardnekkige aannames over reanimeren en de AED. Tijd om ze een voor een recht te zetten.

"Ik kan het verkeerd doen, dus ik doe maar niks"

Dit is de aanname die het vaakst tussen een omstander en het slachtoffer in staat. Toch is de redenering omgekeerd. Iemand met een hartstilstand ademt niet normaal en reageert niet. Zonder hulp loopt het vrijwel altijd slecht af. Alles wat je dan doet, is beter dan niets doen.

Ben je bang voor gebroken ribben? Dat kan gebeuren bij borstcompressies. Het is vervelend, maar het herstelt. Een hart dat te lang stilstaat, herstelt niet. Ook juridisch hoef je je weinig zorgen te maken. Als je naar beste kunnen helpt, word je daar in de praktijk niet op afgerekend.

Wat je in grote lijnen doet:

  • Controleer of de persoon reageert en normaal ademt.

  • Bel 112, of laat iemand anders bellen, en zet de telefoon op de luidspreker.

  • Begin met borstcompressies midden op de borst, stevig en in een vlot tempo (100 tot 120 per minuut).

  • Laat iemand een AED halen.

De meldkamer helpt je via de telefoon. Je staat er dus niet alleen voor.

"Een AED is iets voor artsen en ambulancepersoneel"

Een AED is juist gemaakt voor mensen zonder medische achtergrond. Je zet hem aan en een stem vertelt je stap voor stap wat je moet doen. Je plakt de elektroden op de plekken die op de plaatjes staan. Daarna analyseert het apparaat zelf het hartritme.

Het belangrijkste misverstand zit hier: je kunt niemand per ongeluk een schok geven die hem niet nodig heeft. De AED beslist zelf of een schok zinvol is. Bij een volautomatisch apparaat geeft hij de schok ook zelf. Bij een semi-automatisch apparaat vraagt hij je op een knop te drukken. Jij hoeft dus geen diagnose te stellen. Jij zorgt alleen dat het apparaat er komt en dat niemand het slachtoffer aanraakt op het moment van de schok.

"De ambulance is er zo, dus ik wacht even"

Ook in een compacte gemeente als Edam-Volendam kost het tijd voordat een ambulance er is. De melding moet binnenkomen, de wagen moet rijden en daarna moeten de hulpverleners de juiste voordeur, het juiste kleedlokaal of de juiste boot in de haven nog vinden. Op een drukke zomerdag langs de Haven of tijdens een thuiswedstrijd in het Kras Stadion gaat dat niet sneller.

Bij een hartstilstand telt elke minuut. Zonder bloedcirculatie raken de hersenen snel beschadigd. Wachten is dus geen neutrale keuze. Reanimeren tot de ambulance er is, houdt het bloed rondpompen. Een snelle schok met een AED kan het hart soms weer in een normaal ritme brengen. Daarom is het netwerk van burgerhulpverleners via HartslagNu zo waardevol. Bij een melding krijgen getrainde vrijwilligers in de buurt een oproep. Zij gaan reanimeren of halen een AED, vaak voordat de ambulance er is.

"Hier kent iedereen elkaar, er is altijd wel iemand die het kan"

Volendam en Edam staan bekend om hun hechte gemeenschap. Families wonen dicht bij elkaar, verenigingen draaien op vrijwilligers en iedereen kent wel iemand. Dat is een kracht, maar het kan ook verlammen. In een groep wacht iedereen al snel op die ene persoon die "het wel weet". Ondertussen gaan kostbare minuten verloren.

Draai het om. Juist in zo'n gemeenschap kun je afspraken maken voordat er iets gebeurt:

  • Weet je waar de dichtstbijzijnde AED hangt, bij jou in de straat, bij je club of op je werk?

  • Is er in jouw team, jouw koor of jouw buurtapp iemand die een reanimatiecursus heeft gedaan?

  • Spreek af wie belt, wie reanimeert en wie de AED haalt.

En een cursus is geen eenmalig papiertje. Vaardigheden zakken weg als je ze niet onderhoudt. Een korte herhaling, bijvoorbeeld eens per jaar met de hele vereniging, houdt de handelingen vers. Dan kunnen in een dorp waar iedereen elkaar kent ook veel mensen echt iets doen.

"Als er een AED aan de muur hangt, is alles geregeld"

Een AED aan de gevel van een sporthal of buurthuis geeft een geruststellend gevoel. Maar een apparaat werkt alleen als het klaarstaat. Batterijen en elektroden zijn beperkt houdbaar. Een kast buiten moet in de winter vorstvrij blijven. En de AED moet aangemeld zijn, zodat burgerhulpverleners weten dat hij er hangt en hoe ze erbij kunnen.

Leveranciers als Defibrion richten zich daarom niet alleen op de apparaten en kasten zelf, maar ook op onderhoud, reanimatietrainingen en het tijdig vervangen van batterijen en elektroden. Of je dat nu uitbesteedt of zelf regelt: wijs voor elke AED in de buurt, bij de club of in de VvE iemand aan die het overzicht houdt. Laat die persoon regelmatig controleren of het lampje of het statusvenster aangeeft dat het apparaat gebruiksklaar is.

Iedereen in het dorp kan de eerste schakel zijn

Reanimeren is geen heldendaad voor een handvol professionals. Het is een eenvoudige reeks handelingen die iedereen kan leren: herkennen, bellen, drukken en de AED erbij halen. De grootste drempel zit niet in je handen maar in je hoofd. Wie weet dat je niets kapot kunt maken door te helpen, dat een AED je de weg wijst en dat wachten geen optie is, durft eerder in actie te komen. In een gemeenschap waar mensen al naar elkaar omkijken, is dat misschien wel de belangrijkste afspraak die je samen kunt maken.